Woningnood

Terwijl ik onderuitgezakt op de bank lig met mijn telefoon in mijn hand, zie ik een mailtje binnenkomen.
”Incasso jaarlijkse verlengingskosten van uw inschrijving in de regio Eemvallei.”

Ik schiet gelijk in opperste staat van alertheid. Een mailtje dat zowel opluchting als stress veroorzaakt. Ik ga direct naar de website, log in en zoek de juiste pagina. Opgelucht haal ik adem.

Ik hoor je denken: Fiek, vanwaar de stress?

Nou simpel. De huidige woningcrisis zorgt bij mij voor stress en frustratie. Vooral het laatste, heel veel frustratie. Iets wat constant op de achtergrond sluimert. Al 10 jaar lang.

Even terug in de tijd. Toen ik 18 werd had ik een relatie met de vader van de Tijn2012. Op die leeftijd besloten we samen te gaan wonen. Ondanks dat we samen een huurhuis hadden, schreef ik me toch in bij de woningbouwvereniging. Onder het mom van: ” Je weet maar nooit.” Toen ik zwanger was, kochten we samen een huis.

Je weet maar nooit.
Het scenario bleek werkelijkheid te worden. Toen ik 22 jaar was, de Tijn2012 één jaar en in een huis woonde dat nog niet eens klaar was, besloot ik de stekker uit de relatie te trekken.
Het was meteen duidelijk dat zijn vader in de woning zou blijven, ik kon het niet betalen. Meteen zocht ik mijn inloggegevens van de woningbouwvereniging op om op zoek te gaan naar een huis. Het inloggen lukte niet. Een aantal telefoontjes later, kwam ik erachter dat er ooit tijdens een vakantie iets mis is gegaan met een afschrijving van de inschrijvingskosten waardoor ik al mijn inschrijfjaren kwijt was. De grond stortte onder mijn voeten vandaan. De woningbouw was zo flexibel als een bezemsteel. Ik moest me opnieuw inschrijven en had gewoon dikke vette pech.

Geloof me, ik heb van alles geprobeerd. Urgentie, particulier, eindeloos bellen, projecten bij de gemeente opzoeken en erover schrijven. Maar niks.

Noodgedwongen trok ik met kind bij mijn ouders in.

Na een aantal maanden een lichtpuntje. Een vriendin beëindigde ook haar relatie en om de kosten te delen, trok ik met kind bij haar in, in Utrecht. Wel met de kanttekening dat het tijdelijk zou zijn, want het huis zou de verkoop ingaan. Na ruim een jaar gebeurde dat ook en werd het héél snel verkocht.

Terug naar Amersfoort.
Ik had inmiddels een baan aangeboden gekregen in Baarn dus terug naar Amersfoort lag meer voor de hand, naast dat ik mijn leven in Amersfoort miste. Ik trok weer bij mijn ouders in.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben ze eeuwig dankbaar dat ik niet op straat stond. Maar wanneer je zelf volwassen bent, een kind hebt, al jaren de deur uit bent en je moet je ineens weer conformeren aan elkaar is dat soms best lastig. Ik moet eerlijk zeggen, we hebben het ruim twee jaar heel erg goed gehad met z’n vieren en verbaas me daar nog wel eens over hoe goed dat eigenlijk ging.

Studio.
Via via via via (en via) kwam ik in contact met een jong stel dat in een studio in Amersfoort woonde en de huur net had opgezegd. Een verbouwde maisonette woning. Normaliter een gezinswoning, maar de verhuurder had de woonkamer verbouwd tot studio en de tweede verdieping tot klein appartement. Zo kon hij bij twee bewoners huur vangen. Ik slikte even. Ik huurde de studio van amper 30m2. Één ruimte waarin je leeft, slaapt, doucht en kookt, met kind.

Nu heb ik het enorme geluk met een vader als meubelmaker (Klik website!) die geniaal is in het bedenken van oplossingen. Hij bouwde een unit in de woonkamer om toch nog een soort van afgescheiden slaapgedeelte te hebben. Het was alles behalve ideaal, vooral met een kind. Toch woonde ik er fijn. Tegen een belachelijk hoge huur overigens.

In die periode leerde ik ook mijn tweede relatie kennen. De overbuurman van mijn ouders. Wanneer je voor het raam stond, kon ik naar mijn moeder zwaaien.

Ook aan mijn fijne studio kwam een eind. De verhuurder moest het noodgedwongen verkopen omdat de Vereniging van Eigenaren het niet eens was met zijn manier van verhuren en een stokje stak voor verdere bewoning. Ik moest eruit en het moest terug gebracht worden naar de oude staat.
Ik heb nog getracht het aan te vechten middels advocaten, maar ik zou hoogstwaarschijnlijk aan het kortste eind trekken. Mijn (inmiddels ex)partner besloot me met open armen te ontvangen en samen met Tijn trokken we, veel te snel, bij hem en zijn twee pubers in.

Samengesteld.
Hoewel het lekker was om in mijn badjas even naar mijn ouders te hinkelen, we veel ruimte hadden en in een fijne buurt woonden, voelde ik me er niet thuis. Wat we ook probeerden. Ik heb mezelf nachten in slaap gehuild omdat ik mijn eigen plek miste. Ik had heimwee naar mijn studio. Daarnaast liepen de spanningen binnen het samengestelde gezin hoog op. Ik liep constant op mijn tenen. Iedereen tevreden houden lukte niet meer. Ik was mezelf aan het verliezen. Alles bij elkaar naast veel ellende op mijn werk zorgde voor een fikse burnout en ik werd zo depressief als een deurklink. Daar startte mijn GGZ traject. Ik gleed steeds meer af.

Na veel verschillende therapeuten, psychiaters en een opname, kwam ik terecht in een traject van een jaar bij een klinische dagbehandeling. Daar bleek het vele verhuizen een groot thema. Nergens een veilige eigen plek. Ik krabbelde weer een beetje op. De spanningen in huis bleven oplopen en hielpen niet mee in mijn herstel. We besloten dat het beter was als we weer gingen LAT-ten.

Om tot rust te komen trok ik wéér bij mijn ouders in.

Na een tijd, kwam ik via een vriendin bij mijn huidige woning terecht.

Klein maar fijn.
Op dit moment wonen we met z’n tweeën (+ twee katten) in een appartement met een totaal oppervlakte van 41m2. Één aparte slaapkamer waar we beiden slapen, zonder tuin of balkon.

Hoewel het ontzettend gezellig is ingericht, ik me hier enorm thuis voel en alles tot op de centimeter past, begint het steeds meer te benauwen. Naarmate Tijn ouder wordt, merk ik dat we allebei behoefte hebben aan ruimte. We zitten constant in elkaars aura. Ook als er één in de woonkamer zit en de ander in de slaapkamer. Door de oppervlakte hoor ik door de deur elke scheet die wordt gelaten. De pre-pubertijd dient zich in volle glorie aan, Tijn wordt groter en gaat letterlijk meer ruimte in nemen. Ruimte die we gewoonweg niet hebben maar hij wel hard nodig heeft. Er is geen hoekje onbenut. Óveral is over nagedacht. Maar een eigen kamer waar hij in alle rust huiswerk kan maken of gamen is er niet.

Het zijn de kleine dingen die voor steeds meer irritatie zorgen. Een aantal voorbeelden: Ik heb een hekel aan afwassen. ”Dan neem je toch een vaatwasser, er zijn ook kleintjes.” krijg ik geregeld te horen. Ik heb er gewoonweg de ruimte niet voor. Het was een vaatwasser in de douche of een droger. Het werd een droger. Waarom? Omdat ik geen ruimte heb om groot beddengoed op te hangen. Mijn kleding die niet in de droger kan, hangt aan een rek boven het bed.
”Waar is je prullenbak?” Oh, die hangt aan een zakje aan een haak. Ik heb geen ruimte voor een prullenbak.
”Mam, ik wil graag een computer beeldscherm.” Sorry lieverd, we kunnen ‘m nergens kwijt.

En nu?
Lang verhaal kort, ergens vind ik dat ik niet mag klagen. Ik héb een dak boven mijn hoofd en er zullen ongetwijfeld schrijnender gevallen zijn. Met in mijn achterhoofd de ellende in Oekraïne. Mensen die hun basis verliezen. Hun veilige plek moeten ontvluchten. Hen gun ik óók een plek.

Ik sta nu 9 jaar ingeschreven voor een sociale woning, vanwege een overgangsregeling kreeg ik 3 bonusjaren. Dus in feite sta ik 11 jaar ingeschreven. Als ik nu reageer op woningen die niet eens heel veel groter zijn maar wel 2 aparte slaapkamers en een klein balkon of tuintje hebben, zijn er nog ruim 50 mensen voor me die eerder aan ‘de beurt’ zijn.

Ik heb mijn zaken (financieel) op orde, ik werk sinds kort meer uren, heb niet veel eisen, heb geen schulden maar wat zijn de opties dan?

Particuliere huur? De prijzen zijn enórm hoog. Ruim 1000 euro voor een pijpenlade terwijl je alleenstaand bent en grotendeels voor alle kindkosten opdraait, is niet haalbaar.


Kopen? HAHAHAHAH. Nee. Naast het feit dat de markt op slot zit. Er zijn eindeloos veel mensen die graag kleiner willen wonen, maar er niks voor terug kunnen kopen zonder er financieel op stuk te gaan.


Samenwonen? Absoluut niet. Ik sta (op dit moment) totaal niet open voor een relatie en vind een huis geen basis voor liefde. Dat veel mensen op dit moment niet durven scheiden, hun eigen levensgeluk op de achtergrond zetten omdat ze bang zijn in een situatie terecht te komen waar ik en vele anderen in zitten, vind ik schrijnend.


Net buiten Amersfoort? Tijn is in 10 jaar al zó vaak verhuisd. Ik wil niet van school wisselen (zijn enige stabiele basis). Zijn vader woont nu op steenworp afstand en door mijn werk en als alleenstaande ouder ben ik vanwege Tijn afhankelijk van mijn ouders.

Woningruil? Ik houd het in de gaten maar er komt niks voorbij en ik laat niet iets geweldigs achter.

Een rijke erfgenaam treffen die terminaal is? Klinkt als een goede optie! Tips?

Ik heb geen panklare oplossing voor de woningnood. Maar dat er gauw (op politiek niveau) iets moet gaan veranderen is naar mijn idee heel duidelijk.

11 gedachten over “Woningnood

  1. Loïrena

    Enorm herkenbaar, na 2 eigen woningen ook weer nood gedwongen bij mijn moeder ingetrokken. Dit helpt indd niet in psych herstel. Hopelijk kan je straks wat groters krijgen. Wij reageren bijna elke dag op loting woning, dit is onze enige kans.

  2. Fred Out @BoscoFred

    Het is alweer een hele poos geleden dat ik een specifieke heb gelezen.
    Schrijnend en herkenbaar. Hopelijk komt er een prachtkans op je pad.
    Het pad moet helaas nog worden geplaveid.
    De schreeuw naar de overheid is er al.
    Maar Fiek, dan is het arbeidskrachten tekort, de volgende keer stikstof,
    Kortom, je gaat denken, heb ik toch geen f.ck mee te maken.
    De woningnood is niet zomaar opgelost. Ja, als ik heel veel geld had, kon ik je helpen.
    Maar een AOWer is nooit rijk.
    Warme groetjes. Leef met je mee!

  3. Ruud

    Fieke
    Ik heb jou verhaal in 1 adem gelezen .wat jij hebt meegemaakt en hebt overwonnen is echt knap ik gun jou een mooi huis met je zoon en uiteraard geluk dat je dat maar snel krijgt x

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.