In de krochten van de GGZ

” Ja maar Fiek, hoe gaat dat dan? Zit je dan in een kamer met allemaal mensen en een doos tissues in het midden?”
Ik denk even na terwijl ik met vrienden praat over mijn groepstherapie. Het moge duidelijk zijn dat er een hele hoop vooroordelen aan de geestelijke gezondheidszorg zitten. Een taboe durf ik het soms ook wel te noemen.
Ik grinnik. Dát beeld klopt wel. Ik antwoord mijn vriendin:
” Ja, dat klopt. Soms krijgt de doos met tissues een liefdevolle schop naar degene die op dat moment de tranen laat lopen en door het snot en de tranen het bos niet meer ziet. En we praten. Praten héél veel.”
” En, zitten jullie daar dan alleen maar te huilen en te praten over hoe zwaar het leven is? Of zo?”

De vertwijfeling in haar stem of het een domme vraag is maakt het voor mij alleen maar leuker en de behoefte een beetje te provoceren en er een schepje extra dramatiek over heen te gieten. Ik gniffel in mijn knuistje en brand los.

Want feitelijk is het wel wat we doen. We praten over hoe zwaar het leven is, waar we tegen aan lopen, leggen erg de focus op wat goed gaat, snotteren wat af en letten heel erg op de klok.

Die klok die weet wat. Nou was ik altijd al wel erg van de tijd maar de abrupte ”het is tijd” momenten en het minutieus op tijd komen, zorgen voor een bepaalde hyper alertheid.
Sinds mijn behandeling weet ik nu precies

  • hoe lang een gemiddeld toiletbezoek duurt en dat je binnen 50 seconden best nog even kunt plassen,
  • hoeveel sigaretten groepsgenoten kunnen roken in 7 minuten,
  • hoe gestrest je kunt raken van het verdelen van de tijd, de tel kwijt raakt waardoor je met samengeknepen ogen en billen naar de klok zit te turen om uit te rekenen hoeveel minuten er nog zijn om vervolgens de complete inbreng te missen
  • Maar ook kom je er achter dat je in 4 minuten best je hele weekendrondje erdoorheen kunt jassen,
  • leer je sneller tot de kern komen
  • en krijg ik ook het besef dat tegen je kind van 7 roepen: ” je hebt nog 1 minuut ” in de hoop dat hij daarna stil in bed ligt en slaapt, níét werkt.

Maar als ik iets heb geleerd is dat het zinnetje ”het is tijd” opluchting maar ook frustratie kan oproepen.

Opluchting en frustratie. Onder welke B valt die dan? Boos, blij, bang, bedroefd, beschaamd? Een juiste naam geven aan een bepaald gevoel vind ik nog wel de grootste uitdaging. Gelukkig voel ik me daar in niet alleen en hebben we er in onze groep een 6e B aan toegevoegd. De B van Bleh. Vergelijkbaar met algehele malaise en kwalitatief uitermate teleurstellende staat van ontbinding. De vijf b’s is een typische term, maar er zijn er nog meer.

Van die typische termen waar je niet omheen kunt. GGZ taal. In het begin van de behandeling kreeg ik de neiging om mijn haren uit te trekken als er gemiddeld 5 keer per uur werd geroepen:

  • ” Ik zou het je gunnen om..”,
  • ”ik wil je uitnodigen om…”,
  • ” verdragen”,
  • ”mildheid”,
  • ” Lief zijn voor jezelf”,
  • ”thema”,
  • ”Hulp”,
  • ”stilstaan bij” of
  • ”jezelf serieus nemen.”

Nu 10 maanden verder betrap ik mezelf er op dat ik de buurman ”uitnodig” te vertellen over zijn vakantie, ik mijn eigen zoon leer te ”verdragen” als hij het niet eens is met de juf, en de postbode wat ”mildheid naar zichzelf” gun als hij met 40 graden de post rond brengt.
Maar spreek ik ook heel liefdevol en bezorgd naar een vriendin dat ik haar uitnodig om stil te staan bij haar problematische jeugd wat echt een groot thema is in plaats van dat verdragen, dat ze echt wat liever voor zichzelf mag zijn en zichzelf en haar verleden serieus mag nemen en dat ik haar met liefde mijn hulp aan biedt.

Ook zijn er typische zinnetjes die in mijn hoofd wat meer stof doen opwaaien. Neem het voorbeeld: ” Hoe ga je nu naar huis?”. Steevast antwoord ik met de auto. Ik kom immers met de auto naar mijn behandelaar en mijn blinkende bolide zorgt er ook weer voor dat ik thuis kom. Stil staan bij welke emotie je IN de auto ervaart is bij mij pas stap twee.
Maar ook de vraag tijdens intakes: ” Hoor je stemmen?” zorgde voor verwarring. Ik hoorde de psychiater immers luid en duidelijk. Het kwartje dat het om stemmen ging in mijn hoofd die er niet zijn te zijn viel wat later.

Soms is het ook gewoon leuk om wat te jennen. Zoals de keer dat ik intern werd opgenomen in een psychiatrische inrichting. De zuster leidde me rond. Na een aantal omwentelingen was ik het spoor compleet bijster en wist ik in paniek niet meer waar mijn kamer was en riep ik uit: ” Ik ben nú al de weg kwijt!” waarop zij antwoordde: ” Nou, dan zit je hier in ieder geval goed. ”

Het zinnetje ” wie wil er wat inbrengen?” biedt de laatste tijd ook meer weerstand dan ooit. Waar het binnen de GGZ muren een normaal begrip is kan ik er niet om heen. Wanneer het wordt gevraagd blijf ik 8 kingsize tampons voor me zien, te wachten om te worden ingebracht de maandelijkse feestweek te verhelpen. Een andere zin of benaming heb ik tot op heden nog niet gevonden. Het alternatief ”delen”, brengt de associatie teweeg dat ik twee kleuters voor me zie ruzie krijgen bij het delen van een lego blokje. Tips zijn van harte welkom.

Maar met alle gekheid op een stokje. Zonder de GGZ waren we niet zo ver als dat we nu zijn. Hoe mooi is het, dat we in een land leven waar aandacht wordt geschonken aan de mens in zijn zijn, en alle moeilijkheden van dien. Maar nog mooier vind ik, dat ik me mag begeven in een groep mensen die bereid is keihard aan zichzelf te werken om er beter en sterker uit te komen. Die liefdevol, steunend en behulpzaam is. De zorg.

Geleid door een team therapeuten die er op gebrand is het beste in cliënten omhoog te halen, te helpen, zaken bespreekbaar te maken en ondersteunen maar vooral te laten inzien dat we zo waardevol zijn.

Want ondanks dat ze betaald worden om hun mond te houden, gekke vragen stellen, te fungeren als voetstuk of vader of moeder figuur, met hun armen wapperen tijdens EMDR sessies, je tot kleien zetten of je bewust maken met wat een potje trefbal doet, liever GEEN pillen voorschrijven of als klinisch psycholoog slecht zijn in een spelletje ”petje op, petje af” om in te vallen als socio therapeut, zijn zij wel degenen die ons helpen en ons zien.

Ik schrik op uit mijn betoog over de GGZ. Zie mijn vriendin. Liefdevol schuif ik haar een doosje tissues toe. Tot tranen geroerd weet ze hortend en stotend uit te brengen hoe blij ze is dat ik er nog leef. En dat, dat heb ik te danken aan de GGZ.

5 thoughts on “In de krochten van de GGZ

  1. Lia Hendriks

    Heel grappig, ontroerend en inhoudelijk goed geschreven. Bravo! En er is moed voor nodig om dit te willen publiceren. Ik wens je alle sterkte van de héle wereld. En ik lees je graag op Twitter!

  2. Harrie Suiskens

    Beste Fieke,
    Zo herkenbaar wat je verteld en hoe je het hebt ervaren. Het toont je kracht om je ervaringen zo op papier te kunnen zetten. Je bent er sterker uit gekomen. Hard gewerkt zouden de behandelaars zeggen. En dat is absoluut waar.
    Zelf ben ik al ruim 3,5 jaar bezig, veel stappen gezet, maar door twee gebeurtenissen afgelopen jaar, keihard terug gevallen. Ondanks de handvatten die je mee gekregen hebt. Maar ik geef niet op. Ik ga je verhaal zeker nog enkele keren opnieuw lezen en hoop hier wat van jouw kracht uit te halen.

    1. Specifiek Bericht auteur

      Beste Harrie, om eerlijk te zijn ben ik best een beetje stil van je berichtje. Ik vat het op als een enorm compliment.

      Een van de belangrijkste dingen die ik heb geleerd, is dat je niet terug valt maar af en toe een stapje opzij zet :). Het geleerde neem je mee en heeft je sterker gemaakt! Heel veel sterkte en hier kom je ook uit! Liefs.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *